Een EDI-les volgt een vaste opbouw. Niet omdat structuur een doel op zich is, maar omdat elke fase een specifieke functie heeft in het leerproces. Hieronder loop je de negen lesfasen door, met voorbeelden uit de klas.
We gebruiken de fasen en de benamingen van het officiële EDI-lesmodel, zoals je ze ook terugvindt in EDI 2.0 en op directeinstructie.nl. Zo kan je onze vorming en de boeken naast elkaar leggen. Zoek je de betekenis van een specifieke term, kijk dan in de begrippenlijst.
Je start met het doel op het bord, in leerlingentaal. "Ik kan een breuk vereenvoudigen." Leerlingen lezen het samen voor. Zo weet iedereen waar de les naartoe gaat en waarop straks gecontroleerd wordt.
Een korte opdracht die precies dát ophaalt wat je straks nodig hebt. Geen algemene babbel, maar gericht: wie breuken gaat vereenvoudigen, herhaalt eerst de tafels en de deelbaarheid.
Eerst het concept, dan de vaardigheid. Je maakt het begrip helder met een definitie, voorbeelden én tegenvoorbeelden, en modelleert daarna hardop denkend hoe je het aanpakt: "Ik kijk eerst naar de noemer. Kan ik daar door delen?"
Samen doen. Jij houdt de pen vast, zij denken mee, of ze werken op een wisbordje terwijl jij rondgaat. Je bouwt de steun geleidelijk af: van "we doen het samen" naar "doe jij het, ik kijk mee".
Het scharniermoment. Je controleert of de klas klaar is om alleen verder te werken. De vuistregel: pas loslaten als minstens 80% het aankan. Zo niet, dan herhaal je met een ander voorbeeld.
Nu pas gaan leerlingen alleen aan de slag, met opgaven die lijken op wat je net samen deed. Ondertussen heb jij je handen vrij voor wie meer nodig heeft.
Voor wie bij de kleine lesafsluiting nog niet mee was. Aan de instructietafel volgt een tweede ronde modelleren: kleinere stappen, meer voorbeelden, meer sturing. Geen apart doel: hetzelfde doel, meer steun.
Voor wie het vlot aankan. Geen "meer van hetzelfde", maar een extra denkstap: uitleggen waaróm het werkt, een tegenvoorbeeld bedenken, of de regel toepassen in een nieuwe context.
Je keert terug naar het lesdoel: is het gehaald? Een korte exit-opdracht van één of twee vragen geeft je meteen zicht op wie morgen extra begeleiding nodig heeft.
Deze vier zijn géén fase op zich. Ze lopen door de hele les heen, van het lesdoel tot de grote lesafsluiting.
Willekeurige beurten, wisbordjes en denktijd, zodat je van élke leerling weet of het lukt, niet alleen van wie spontaan zijn vinger opsteekt.
Niet "goed zo", maar benoemen wát er goed was: "Klopt, want je hebt eerst gekeken of de teller deelbaar is."
Belangrijke kennis komt terug, verspreid over de tijd. Wat je maar één keer ziet, ben je een week later weer kwijt.
Iedereen doet iets: schrijven, verwoorden, tonen. Een leerling die alleen luistert, is moeilijk te lezen, en haakt sneller af.
De meeste leerkrachten controleren wel degelijk of leerlingen mee zijn. Alleen doen we dat vaak via signalen die niet betrouwbaar zijn: knikkende hoofden, opgestoken vingers, of de klassieke "zijn er nog vragen?".
EDI vervangt die signalen door technieken die je van élke leerling informatie geven. Dat voelt in het begin wat onwennig, maar het is precies de verandering die het meeste effect heeft.
Leer de technieken| In plaats van… | Doe je dit |
|---|---|
| "Wie weet het antwoord?" | Willekeurige beurten met naamstokjes of elke leerling gebruikt zijn antwoordstok |
| Meteen een leerling aanwijzen | Vraag – denktijd – pas dán een naam |
| "Begrijpt iedereen het?" | Iedereen schrijft het antwoord op een wisbordje |
| Eén leerling laat het bord zien | Alle bordjes tegelijk omhoog |
| "Goed zo!" | "Klopt, want je hebt eerst gekeken of de teller deelbaar is." |
| Fout antwoord snel wegwuiven | Terugkeren naar de denkstap waar het misging |
Bij EDI splits je de klas niet op in niveaugroepjes die elk iets anders leren. Iedereen mikt op hetzelfde lesdoel: de ondersteuning verschilt. Daarom zit differentiatie in het model ingebouwd als twee volwaardige lesfasen: de verlengde en de verrijkte instructie.
Wie bij de kleine lesafsluiting nog niet mee was, schuift aan bij de instructietafel voor een tweede ronde modelleren, in kleinere stappen, met meer voorbeelden.
Stappenplannen, woordkaarten en voorbeeldopgaven blijven beschikbaar zolang ze nodig zijn, en verdwijnen bewust weer, zodat leerlingen niet blijvend afhankelijk worden.
Geen "meer van hetzelfde", maar opgaven die een extra denkstap vragen: uitleggen waaróm het werkt, een tegenvoorbeeld bedenken, of de regel toepassen in een nieuwe context.
"EDI geeft de structuur om krachtige lessen zichtbaar op te bouwen en de interactie met de leerlingen hoog te houden. Haalbaar voor iedereen, noodzakelijk voor vele leerlingen."
Een groot deel van het storend gedrag in klassen ontstaat in de gaten: de momenten waarop leerlingen niet weten wat ze moeten doen, of waarop het tempo niet klopt met wat ze aankunnen.
EDI dicht die gaten. Duidelijke routines, een voorspelbare lesopbouw en voortdurende betrokkenheid maken dat leerlingen minder tijd hebben om af te haken, en minder redenen.
Wiskunde, 4de leerjaar: "Ik kan een breuk vereenvoudigen."
Dit is een voorbeeld van een les. EDI kan ook compacter en korter, maar hier zie je de actieve manier van lesgeven meteen opgelijst. Wanneer je start met EDI gaat je tempo natuurlijk eerst lager liggen.
| Tijd | Fase | Wat gebeurt er |
|---|---|---|
| 0–3 min | 1 · Lesdoel | Doel op het bord, klassikaal voorgelezen. "Wat gaan we vandaag kunnen?" |
| 3–8 min | 2 · Voorkennis activeren | Flitsoefening tafels van 2, 3, 4 en 5 op wisbordjes. |
| 8–16 min | 3 · Instructie | Wat betekent "vereenvoudigen"? Voorbeeld en tegenvoorbeeld. Leerkracht denkt hardop bij 6/8. |
| 16–28 min | 4 · Begeleide inoefening | Vier opgaven samen, steun neemt af. Na elke opgave: bordjes omhoog. |
| 28–31 min | 5 · Kleine lesafsluiting | Twee controlevragen. 82% correct → loslaten. Vier leerlingen naar de instructietafel. |
| 31–42 min | 6 · Zelfstandige verwerking | Werkblad voor wie klaar is om alleen te werken. |
| 31–42 min | 7 · Verlengde instructie | Tweede ronde modelleren aan de instructietafel, voor die vier leerlingen. |
| 31–42 min | 8 · Verrijkte instructie | Wie vlot klaar is, verwoordt waaróm de regel werkt en zoekt een tegenvoorbeeld. |
| 42–45 min | 9 · Grote lesafsluiting | Terug naar het lesdoel + exit-opdracht van twee vragen. |
In onze opleidingen oefen je elke fase met eigen lesmateriaal. Je gaat naar huis met lessen die je morgen kan geven.